top of page

MENU

Theorie en Leerlijnen

Beginsituatie

De 3Master Campus Herentals is een deel van de 3Master-groep. Binnen de 3Master in Herentals wordt onderwijs aangeboden binnen type basisaanbod, type 3 en type 7.

  • onderwijstype 3 berust op leerlingen met gedrags - en/of emotionele problemen

  • onderwijstype 7 berust op leerlingen met een taal- en spraakproblematiek

  • onderwijstype basisaanbod berust op leerlingen met een lichte mentale beperking en/of leerachterstand

 

Deze leerlingen zitten grotendeels geïntegreerd bij elkaar in klassen. Concreet wordt hiermee bedoeld dat deze drie onderwijstypes in alle klassen kunnen voorkomen. Voor type 7 hebben wij wel een aparte werking. Deze werking noemen we binnen onze school de ‘STOS-stroom’, wat staat voor Spraak- en Taalontwikkelingsstoornis. De leerlingen die bij ons worden ingeschreven onder het onderwijstype 7, krijgen een plaatsje binnen onze STOS-werking. Echter worden zij hier maximum enkele jaren gehouden, daarna worden zij doorverwezen naar onze leerstroom of trage stroom.

 

De leerstroom staat voor klassen waarin leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dezelfde leerstof krijgen aangeboden als in een reguliere school voor basisonderwijs. De trage stroom staat eerder voor een werking binnen onze school waarin leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften dezelfde leerstof krijgen aangeboden als in het regulier basisonderwijs, maar hier wordt extra ingezet op het langer stilstaan bij bepaalde leerstof zodat leerlingen deze leerstof beter kunnen vasthouden. 

 

Om de beginsituatie omtrent EF’s scherp te stellen, hebben wij een enquête afgenomen van onze collega’s binnen onze school. (EF = Executieve Functies) 

 

De collega’s kregen deze enquête doorgestuurd via Smartschool zodat zij dit konden invullen op een rustig en zelfgekozen moment. We hebben onze collega’s er ook op attent gemaakt dat het niet de 

bedoeling zou zijn dat ze zich eerst al zouden gaan verdiepen in het thema ‘executieve functies’, maar dat ze het puur van op het moment van de afname zouden invullen. 

 

Resultaten van onze enquête: (25 collega’s van de 40 hebben deze enquête ingevuld) 

 

 

 

Uit deze enquête hebben we kunnen vaststellen dat verschillende collega’s zich graag meer bewust willen toeleggen op het implementeren van de executieve functies in hun dagelijkse onderwijspraktijk. Ze willen hier effectief rond gaan werken. De meeste van onze collega’s schalen zichzelf in als beperkt bekwaam tot bekwaam bij het werken rond de executieve functies. Onze collega’s zijn het meest vertrouwd met het werken rond plannen en organiseren en het minst ervaren in timemanagement. Ook voelen zij de grootste hindernis om te werken rond emotieregulatie, impulscontrole en metacognitie. Dit lijkt dan ook een uitgelezen kans om hier handvatten voor aan te reiken.

Eén van de zaken die er toch wel uitspringt is dat de meeste kennis en ervaring van onze collega’s rond EF’s komt uit zelf ervaring opdoen op de werkvloer. Hier heeft dus geen theoretische kennisoverdracht plaatsgevonden. Onze collega’s geven aan dat de grootste vorm van ondersteuning voor hen het aanreiken van praktische tips en strategieën, het krijgen van workshops en ook het aanreiken van concrete materialen zou zijn. Deze theoretische of coachende ondersteuning zouden zij graag minimum 2 à 3 keer per jaar krijgen. Ook zijn er nog geen vaste manieren om de EF’s bij de leerlingen te gaan observeren en inschalen. Dit lijkt ook een vraag te zijn van onze collega's zodat iedereen die hiermee aan de slag wil gaan ook een duidelijk zicht kan krijgen op de beginsituatie binnen hun eigen klas. 

 

Onze collega’s schatten het belang van het ondersteunen van de EF’s bij onze leerlingen hoog in en geven aan blij te zijn dat wij hiermee aan de slag gaan. Het lijkt wel alsof de EF’s een beetje naar de achtergrond verdwenen zijn, maar dat onze collega’s wel willen dat deze terug onder de aandacht gebracht worden en zelf ook energie hebben om hiermee aan de slag te gaan. We hebben twee collega’s op school die vorig schooljaar een opleiding hebben gevolgd omtrent executieve functies. Vanuit hogerhand werd er toen van deze twee collega’s verwacht dat zij ons team zouden meenemen in de vormingen die zij hebben gevolgd omtrent EF. De vormingen die zij hebben gevolgd werden gegeven door Catherine Malfait, auteur van het boek 'Groeien in executieve functies. Hoe? Zo!'(Malfait, C.2024). Zo was onze pedagogische studiedag van 12 november 2024 opgebouwd door eerst de theoretische achtergrond van het boek van Catherine Malfait onder de loep te nemen en de verschillende EF’s te overlopen. Daarna werd er met concreet materiaal aan de slag gegaan om ons kort onder te dompelen in onze eigen EF’s en hoever deze bij onszelf ontwikkeld zijn. 

Eén van de twee collega’s die zelf de vorming van Cathérine Malfait heeft gevolgd, is zelf ook klasleerkracht en werkt rond EF’s in haar klas. Bij de andere collega’s komt dit eerder sporadisch tot niet voor. Collega’s geven ook aan dat, doordat ze zelf op zoek moeten naar hulpmiddelen/handvatten om te werken rond EF’s, dit veel vraagt van hen. 

 

Collega’s zien wel in dat het belangrijk is dat we ook inzetten op de EF’s, maar zijn hier erg vragende partij naar het hoe. Collega’s zijn op de pedagogische studiedag meegenomen in vooral het theoretische deel met daaropvolgend een kijk op hun eigen ontwikkeling van de EF’s. Wij bouwen hierop verder door in te zetten op hulpmiddelen/handvatten te ontwikkelen voor de collega’s. 

Onderzoeksvraag

Hoe kunnen wij binnen onze school onze leerlingen tussen de 5 en 13 jaar verder ondersteunen/helpen bij het ontwikkelen van hun executieve functies/werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit waarbij wij, binnen een leerlijn, materialen (handvatten/hulpmiddelen) ontwikkelen om onze collega’s bij te staan in dit ontwikkelingsproces?

 

We zijn tot deze onderzoeksvraag gekomen omdat we vanuit de bevraging en observatie van de beginsituatie vaststellen dat executieve functies toch wel een vergeten onderwerp lijkt te zijn op onze school. Wel waren we blij te ontdekken dat ook onze directie dit door heeft gehad. We hebben namelijk op 12 november 2024 een pedagogische studiedag gehad rond de executieve functies. Deze pedagogische studiedag werd georganiseerd doordat onze directie dit onderwerp opnieuw wilde aanreiken.

 

We zijn op een punt binnen onze school dat we merken dat er heel wat onderwerpen (zowel EF’s, maar ook bijvoorbeeld nieuwe autoriteit) binnen onze onderwijspraktijk bij bepaalde leerkrachten sterk naar voren komen, maar bij anderen eerder afgezwakt zijn omdat we hier niet voortdurend of concreet mee aan de slag gaan. Om hier terug samen aan één zeel te trekken, werd deze pedagogische studiedag georganiseerd.  We hebben van deze gelegenheid dan ook meteen gebruikgemaakt om onze collega’s te laten weten dat ook wij rond EF’s aan het werken zijn en dat we hen hierin graag dit schooljaar meenemen. We waren ook aangenaam verrast dat de collega’s allemaal enthousiast reageerden. Ook zij beseffen hoe belangrijk het is om onze leerlingen hierin te ondersteunen en hebben allemaal een open houding getoond om dit via ons mee te kunnen nemen in hun onderwijspraktijk. 

Theorie

 

 

We hebben er na ons eerste feedbackgesprek voor gekozen om ons toe te leggen op Breinhelden. De handleiding ‘Breinhelden’ rust op een voor ons herkenbare achtergrond. Het werk is ontstaan door psychologe Belinda Herrewijn en orthopedagoge Mariska Kerkvliet, auteurs Breinhelden (2020a) die merkten dat er veel leer- en gedragsmoeilijkheden voorkwamen bij kinderen en dat er behoefte was aan een gestructureerde aanpak om executieve functies te versterken. Ze ontwikkelden ‘Breinhelden’ als een praktische methode om kinderen spelenderwijs te ondersteunen in hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Naast de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling wil de handleiding van Breinhelden ook een nadruk leggen op zelfregulatie en metacognitie. Zoals de definitie van executieve functies ons ook leert, gaat het over het sturen van de eigen emoties, gedachten en gedrag. Dit zelf sturen van emoties, gedachten en gedrag hangt sterk samen met de visie die wij als school volgen. We bereiden onze leerlingen voor op een zo zelfregulerend mogelijk bestaan. Daarmee bedoelen we concreet dat we onze leerlingen zelf het heft in handen willen geven door zelf na te denken over beslissingen die ze maken, gedrag dat ze stellen… . Waarmee we niet willen zeggen dat onze leerlingen aan hun lot worden overgelaten, in tegendeel. Onze rol als leerkracht is die om onze leerlingen mee te ondersteunen om zo dat zelfregulerende vermogen mee te helpen ontwikkelen.

 

Door de bovengenoemde redenen kwamen we er dan ook al snel achter dat Breinhelden goed aansluit bij datgene als waar onze school ook naar streeft. Daardoor namen we Breinhelden dus ook als globale leidraad bij het uitwerken van onze eigen materialen. 

We kozen ervoor om alle documentatie van Breinhelden te gaan ontlenen in de dichtstbijzijnde bib en hebben deze grondig bestudeerd. We kwamen al snel tot de conclusie dat deze methode heel fijn is om aan de slag te gaan met de executieve functies.

Zoals naar ons gevoel al wel duidelijk is geworden, zal ons praktijkonderzoek in het teken staan van executieve functies. Om mee te zijn in wat executieve functies zijn, willen we jullie eerst bewust maken van wat executieve functies zijn en dat zouden we graag willen doen aan de hand van de volgende definitie: 

Executieve functies zijn de denkfuncties in onze hersenen die ervoor zorgen

dat we onze gedachten, emoties en gedrag zelf kunnen sturen. 

Concreet wil dit zeggen dat executieve functies kleine deeltjes in onze hersenen zijn die ervoor zorgen dat wij onze gedachten, emoties en gedrag kunnen regelen. Executieve functies zorgen ervoor dat wij in staat zijn om bijvoorbeeld plannen te maken, keuzes te maken, impulsen te beheersen/controleren, flexibel om te gaan met plotse veranderingen ... . Iets wat voor ons als leerkrachten herkenbaar is omdat we merken dat veel leerlingen moeite hebben met bovengenoemde voorbeelden. 

Wij kozen ervoor om de verschillende soorten executieve functies in onze handleiding onder te verdelen in de volgende: 

  • werkgeheugen 

  • flexibiliteit

  • responsinhibitie

  • plannen en organiseren

  • timemanagement 

  • taakinitiatie 

  • concentratie 

  • emotieregulatie 

  • doorzettingskracht 

  • reflectie 

Om de draagkracht voor onszelf te bewaken, hebben wij onze collega's erop attent gemaakt dat we voor ons praktijkonderzoek toespitsen op drie executieve functies die wij gaan uitwerken. ​Deze drie executieve functies hebben we hieronder opgesomd met de daarbij horende uitleg. We willen wel duidelijk stellen dat we deze drie EF's voorop stellen omdat hier de grootste nood lag vanuit onze school. De andere EF's worden eventueel in de toekomst nog verder uitgewerkt, maar deze overige EF's zullen geen onderdeel van ons praktijkonderzoek worden. 

  • Emotieregulatie

    • Dit is een warme EF. Bij warme EF gaat het over functies in gedrag en emoties. Bij emotieregulatie hebben we het over het kunnen herkennen en begrijpen van de emoties. Eens deze emotie begrepen en herkend wordt, moeten we deze indien nodig gaan bijsturen. Binnen de handleiding van Breinhelden sluit dit aan bij de breinkracht, gevoelskracht die helpt om emoties te sturen en rustig te blijven bij uitdagingen. In onze eigen uitwerking is dit de munt van gevoel, anders gezegd uitmuntend in gevoel.

  • Flexibiliteit

    • Dit is een warme EF. Bij warme EF gaat het over functies in gedrag en emoties. Flexibiliteit verwijst naar het kunnen schakelen tussen verschillende taken, perspectieven of regels. In Breinhelden hoort dit bij de breinkracht, buigkracht. Die helpt om soepel om te gaan met veranderingen en nieuwe situaties. In onze eigen uitwerking hebben we dit uitmuntend in buigen genoemd.

  • Werkgeheugen

    • Dit is een koude EF, hierbij gaat het over zaken zoals denken. Dit draait om het vasthouden en bewerken van informatie in gedachten, bijvoorbeeld om instructies op te volgen of problemen op te lossen. Binnen Breinhelden past dit bij Stevige Schakels, die helpt om informatie vast te houden en slim te gebruiken.

 

Daarbuiten willen we ook zeker voldoende tips en materialen gaan voorzien die dagelijks in de klas ingezet kunnen worden om in te zetten op deze EF’s. Ook praktische tips voorzien voor de leerkrachten en paramedici die niet klasgebonden zijn, zijn voor ons van belang. 
 

Om ons denkproces te visualiseren zijn we verschillende lijnen gaan uitschrijven. Zo zijn we begonnen bij de essentie, wat zijn die EF’s nu? Om dan te kijken naar onze doelgroep, de verschillende EF’s en op welke wij ons willen focussen als beginpunt. De ondersteunende materialen die we willen gebruiken bij het ontwikkelen van onze eigen leermap en hoe we dit handelingsgericht aan willen pakken. Hiervoor moeten we een duidelijk beeld hebben van de beginsituatie van onze school en ons bewust zijn van de eventuele valkuilen. Meer detail kan je hieronder vinden in onze mindmap. 

 

Mindmap:

 

 

Geraadpleegde bronnen: 

Boeken

Herrewijn, B., & Monfils, E. (2020). Breinhelden groep 1/2. Bazalt.

Herrewijn, B., & Monfils, E. (2020). Breinhelden groep 3/4. Bazalt.

Herrewijn, B., & Monfils, E. (2020). Breinhelden groep 5/6. Bazalt.

Herrewijn, B., & Monfils, E. (2021). Breinhelden groep 7/8. Bazalt.

Malfait, C. (2024). Groeien in Executieve Functies Hoe? Zo!. Lannoo.

Smidts, D., & Huizinga, M. (2022). Gedrag in uitvoering. Nieuwezijds.


 

  1. Wat neem je mee uit je verdieping? 

In de eerste periode van ons praktijkonderzoek zijn we gestart met het doornemen van verschillende bronnen waarvan wij het gevoel hadden dat zij het meest aansluiten bij ons praktijkonderzoek, onze beginsituatie en het eindproduct dat we graag willen neerzetten. Dit heeft geleid tot een gefocuste aanpak, waarbij we werkmaterialen ontwikkelen om de executieve functies; het werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit te versterken.

We baseerden ons op de volgende bronnen: (bronvermeldingen terug te vinden bij pagina 'bronvermeldingen'.)

  • Groeien in executieve functies: Hoe? Zo! (Catherine Malfait)​

  • Gedrag in uitvoering (Diana Smidts en Mariëtte Huizinga)​

  • Beter bij de les: werkboek (Marthe van der Donk, Ariane Tjeenk-Kalff, Anne-Claire Hiemstra-Beernink)​

  • Breinhelden (Belinda Herrewijn)​

  • Slim maar ... (Peg Dawson en Richard Guare)​

  • Executieve Functies versterken op school (Joyce Cooper-Kahn en Margaret Foster) 

Na het doornemen van deze bronnen hebben we voor onszelf ook een definitie aan executieve functies kunnen koppelen, namelijk dat executieve functies de denkfuncties zijn in onze hersenen die ervoor zorgen dat we onze gedachten, emoties en gedrag zelf kunnen sturen. Verder zijn we bij het doornemen van deze bronnen, ook nog op belangrijke inzichten gekomen. Deze zijn hieronder terug te vinden. 

 

In combinatie met onze eigen enquête hebben we getracht om deze inzichten te gaan toepassen op en in de materialen die we willen ontwikkelen voor onze praktijk. Hieronder bespreken we alvast de, voor ons, belangrijkste clusters en inzichten die we bekomen zijn.
 

Cluster 1: Inzicht in en bewustwording van executieve functies

Inzichten:

  • In het boek van Dawson en Guare (2009a) worden er elf executieve functies benoemd. Er wordt benadrukt dat het benoemen en herkennen ervan cruciaal is voor het versterken van bewustwording bij leerkrachten en leerlingen.

  • Malfait (2024a) beklemtoont dan weer in haar boek Groeien in executieve functies. Hoe? Zo!, dat executieve functies zich ontwikkelen door oefening en dat een veilige leeromgeving van groot belang is om deze bewustwording te ondersteunen. Hierbij haalt het boek van Cooper-Kahn en Foster (2022a) ook aan dat een normale ontwikkeling van het brein ook een belangrijk onderdeel is voor het verder ontwikkelen van goede executieve functies. 

Toepassing in ons praktijkonderzoek:

  • We starten met het aanbieden van eenvoudige en duidelijke informatie over de drie gekozen EF’s (werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit) aan onze collega’s. Dit doen we via een korte presentatie/workshop. Zo gaan we onze collega’s alsook de leerlingen niet overstelpen met nieuwe informatie. Hierdoor hopen we dat het aan de slag gaan met executieve functies niet onoverkomelijk lijkt. 

  • We willen concrete observatietools gaan ontwikkelen waarmee leerkrachten het gedrag van leerlingen in kaart kunnen brengen en de beginsituatie per klas kunnen vaststellen. Zo kunnen we de fase van signalisatie van het handelings- en planmatig gericht werken meteen aanpakken. Leerkrachten zien zo meteen duidelijk waar de leerlingen noden hebben en kunnen hier gericht op in gaan spelen tijdens het uitvoeren van de lessen.  Dit geeft ons niet alleen een beter beeld over de klassen en hun beginsituatie, maar dit kwam ook als nood uit de enquête. Onze collega’s willen wel gericht observeren, maar hebben hier op dit moment nog geen tool voor. 

 

Cluster 2: Praktische ondersteuning en stapsgewijze aanpak

Inzichten:

  • In het boek van Dawson en Guare (2009b)  wordt erop gewezen dat stapsgewijze interventies omtrent EF's van belang zijn. Hierbij moeten de  leerlingen vaardigheden op een voorspelbare manier leren toepassen. Het gebruik van checklists, time-timers en beloningssystemen zouden hierbij effectief zijn. 

  • Herrewijn (2020b) stelt dat het gebruik van metaforen (zoals de Breinhelden) abstracte concepten begrijpelijk en aantrekkelijk maakt. Smidts en Huizinga (2022a) benadrukken dat praktische tips, zoals visualisaties en kleine routines, leerkrachten helpen om EF’s in de dagelijkse praktijk te integreren. Ook in het boek van Cooper-Kahn en Foster (2022b) halen ze aan dat herhaling en routines belangrijk zijn om verder te bouwen op de executieve functies van onze leerlingen. 

Toepassing in ons praktijkonderzoek:

  • We ontwikkelen materialen zoals checklists en stappenplannen voor het werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit.

  • Breinhelden wordt ingezet om deze vaardigheden op een speelse en visuele manier bij leerlingen te introduceren. Elke (Breinheld) breinkracht vertegenwoordigt een specifieke EF en biedt voorbeelden van hoe deze functie in actie werkt. Vandaar dat wij er ook voor kiezen om voor onze school met het thema boten en piraten te werken. Zo willen wij de EF’s zo aantrekkelijk mogelijk maken voor onze leerlingen en hen prikkelen om hiermee aan de slag te willen gaan. 

  • We ontwerpen workshops voor collega’s waarin ze handvatten krijgen om de materialen te gebruiken en implementeren in hun lessen mits we hier de tijd en toelating voor krijgen van hogerhand.  We willen hier dan ook algemene documentatie voorhanden brengen zodat ze in alle klassen dezelfde visualisaties gebruiken. Niet enkel in de klassen worden dezelfde visualisaties opgehangen, maar deze zullen ook terug te vinden zijn in therapieruimtes, zorgklassen… . Hierdoor is de overschakeling van klas ook eenduidiger voor leerlingen aangezien er in elke klas dezelfde bekende elementen weer terugkeren. 

  • Wanneer onze collega's aan de slag gaan met de materialen en hun eerste observaties hebben gedaan, kunnen ze doelen gaan stellen. Ze weten nu namelijk waar ze moeten beginnen omtrent EF's aangezien ze dit met de observatietools hebben kunnen vaststellen. Ze kunnen bekijken waar dat de eventuele moeilijkheden zich bevinden en deelstappen naar hun uiteindelijke doel formuleren en ondernemen. 

 

Cluster 3: Spelenderwijs oefenen en motiveren

Inzichten:

  • In de handleidingen van Breinhelden wordt er aangetoond dat spel en positieve bekrachtiging effectief zijn om EF’s te versterken. Het gebruik van speelse opdrachten motiveert leerlingen en verlaagt de drempel om nieuwe vaardigheden te oefenen. 

  • In het werkboek, Beter bij de les, zijn ze voorstander van het gebruik van scenario oefeningen en samenwerkingsopdrachten om vaardigheden zoals flexibiliteit en emotieregulatie te ontwikkelen. Onder scenario-oefeningen verstaan wij dat we leerlingen situaties zouden kunnen voorschotelen waarin ze zich moeten inleven. Uiteraard zijn dit situaties die voor de leerlingen herkenbaar zijn zoals bijvoorbeeld huiswerk vergeten maken, oefening(en) niet begrijpen tijdens de rekenles... Daarnaast is leren samenwerken ook een belangrijk aspect binnen het ontwikkelen van de EF's flexibiliteit en emotieregulatie. Ze komen tot de ontdekking dat alle leerlingen anders kunnen reageren of andere meningen kunnen hebben waardoor ze hier steeds op een andere manier mee moeten leren omgaan. Ook kunnen er bij samenwerken de nodige emoties, gevoelens naar boven komen waardoor het ook nodig is om daarmee te leren omgaan en eventuele eigen emoties en gevoelens te leren beheersen. 

Toepassing in ons praktijkonderzoek:

  • We willen speelse activiteiten en groepsspelen voorzien die  gericht zijn op samenwerking, waarbij de leerlingen op hetzelfde moment het werkgeheugen en flexibiliteit oefenen. Bijvoorbeeld: het onthouden van een instructie tijdens een spel of het aanpassen van strategieën in teamopdrachten.

  • Positieve bekrachtiging moet worden ingebouwd. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door stickers, complimentenkaarten,.... Dit willen we graag visueel voorstellen zoals men in Breinhelden heeft gedaan, maar dan in ons eigen thema.

  • Eens de leerkrachten weten wat er moeilijk loopt en hoe ze dit willen aanpakken, kunnen ze met de handleiding aan de slag gaan. Doordat we steeds hebben gewerkt met verschillende mogelijkheden binnen de lessen kunnen de leerkrachten zelf plannen welke opdrachten wanneer het beste zijn voor hun klasgroep. 

 

Cluster 4: Differentiatie en laagdrempelige implementatie

Inzichten:

  • Differentiatie is volgens Catherine Malfait (2024b) van groot belang: elke leerling en leerkracht heeft andere behoeften. Een gefaseerde aanpak voorkomt dat collega’s overbelast raken en maakt de implementatie haalbaar.

  • Ook ondersteuning op maat, met specifieke tools die aansluiten bij verschillende niveaus van bekwaamheid en behoefte zijn van belang, vertelt het boek van Cooper-Kahn en Foster (2022c) ons. Individuele aanpak is soms nodig om leerlingen met zwakke executieve functies verder te ondersteunen. 

Toepassing in ons praktijkonderzoek:

  • We starten met de, voor ons, drie meest toegankelijke EF’s (werkgeheugen, emotieregulatie, flexibiliteit) en bouwen geleidelijk uit naar andere functies. 

  • Voor leerkrachten ontwikkelen we materialen op verschillende niveaus, zoals eenvoudige observatietools voor beginners en verdiepingsopdrachten voor gevorderden.

  • Er wordt een leerlijn ontworpen waarin collega’s stapsgewijs kennismaken met de EF’s en de daarbij horende werkvormen.

 

Cluster 5: Monitoren en reflecteren

Inzichten:

  • Het opvolgen van vooruitgang en reflectie zijn van groot belang om EF’s te laten ontwikkelen. Reflectie moet zowel leerlingen als leerkrachten bewust maken van wat werkt en wat beter kan.

  • Ook is het krijgen van regelmatige feedback van groot belang. Het meten van kleine successen om motivatie te vergroten is belangrijk. Zo willen we graag dat de leerlingen het leerproces in eigen handen gaan nemen.

 

Toepassing in ons praktijkonderzoek:

  • Er worden reflectievragen opgenomen in het lesmateriaal, zowel voor leerlingen ("Wat ging goed? Wat kan beter?") als voor collega’s ("Hoe effectief was deze werkvorm?").

  • De voortgang van de implementatie wordt opgevolgd door middel van enquêtes en feedbackmomenten. Zo zorgen we voor een voortdurende verbetering van de materialen en ondersteuning.

  • Wanneer de collega's de materialen hebben uitgetest zullen ze merken dat er per les plaats is voor een reflectiemomentje aan het einde van elke les en/of opdracht. Op deze manier sta je als leerkracht niet alleen stil bij de aangebrachte leerstof, ook de leerlingen ervaren hier bewustwording. Als leerkracht zal je snel merken waar er nog hiaten zijn en kan je je eigen handelen zodanig aanpassen dat je hier volgende keer weer meer aandacht aan kan besteden. 

 

Conclusie

De combinatie van theoretische inzichten en onze beginsituatieanalyse heeft geleid tot een stapsgewijze aanpak waarmee we de EF’s werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit stap voor stap kunnen implementeren in onze onderwijspraktijk. Het doel is dat onze materialen praktisch, laagdrempelig en motiverend zijn, met aandacht voor differentiatie en opvolging. Deze aanpak sluit aan bij de behoeften van onze collega’s en leerlingen en legt een stevige basis voor verdere ontwikkeling van EF’s binnen onze school.

 

         2. Ontwerp

Het idee voor ons praktijkonderzoek was om voor onze school verschillende handvatten en/of hulpmiddelen te ontwikkelen om onze collega’s warm te maken om nog meer in te zetten op executieve functies binnen onze klaspraktijken, maar ook tijdens therapie momenten, ondersteuning momenten … . En er daarnaast voor zorgen dat de collega's niet het warm water opnieuw zouden moeten uitvinden, maar dat deze handvatten en/of hulpmiddelen direct te gebruiken zijn in hun klaspraktijk. 

 

We starten met het uitwerken van een basis. Met de basis bedoelen we concreet dat we kort teruggrijpen naar wat EF’s zijn en wat het belang is om onze leerlingen te helpen bij het ontwikkelen van deze EF’s. Deze basis zouden we in het begin van onze uitwerking naar onze collega’s centraal stellen, dit eventueel met een moment op een teamvergadering of pedagogische studiedag. Deze basis zal het vertrekpunt zijn voor onze verdere uitwerking binnen onze zoektocht naar hulpmiddelen/handvatten om aan te bieden aan onze collega’s. 

 

We bespreken kort met onze collega’s de verschillende EF’s die er zijn (zie 'Executieve functies'), maar maken daarna de overstap naar de drie EF’s waar wij als eerste onze focus gaan leggen op het uitwerken van ons praktijkonderzoek. Deze EF’s zijn: werkgeheugen, emotieregulatie en flexibiliteit. Om deze executieve functies aan te brengen in onze school werd ons aangeraden een leerlijn uit te werken. Hiervoor kregen we de tip om de handleiding van Breinhelden te bekijken aangezien deze een uitgewerkte leerlijn heeft. We bekeken de handleiding van Breinhelden grondig en kwamen reeds op het idee om onze leerlijn uit te werken met een thema dat uitermate geschikt is binnen onze school. De naam van onze scholengroep is namelijk 3 master wat wijst op een schip. We willen graag eenzelfde opbouw gaan gebruiken zoals Breinhelden, specifiek met onze eigen uitgekozen EF’s en de doelgroep in het achterhoofd. We willen ook hetzelfde algemeen ontwerp behouden zoals bij de bestaande handleiding van Breinhelden. Enkel willen we graag gaan werken met piraten en eilanden. Op elk eiland is een eilandbewaker terug te vinden die samen met de piraten (onze leerlingen) de strijd aangaat tegen de verschillende EF's. Aan elk eiland is dan ook een EF gekoppeld. Hiervoor moeten ze gebruik gaan maken van hun kompas, schatkaart, verrekijker, soms voor anker gaan … . 

 

Naast het feit dat we deze EF’s willen uitwerken binnen een passend thema voor onze school, willen we er daarnaast ook voor zorgen dat het uitgewerkt is in verstaanbare taal. Uit de enquête zagen we ook terugkomen dat bepaalde begrippen voor vele collega’s niet duidelijk waren. Aangezien we willen dat alle collega’s hiermee aan de slag kunnen gaan, lijkt het ons van groot belang dat we ervoor zorgen dat het verstaanbare taal is. 

Mindmap - Praktijkonderzoek.png

Het begin

Executieve functies 

Koppeling HGW

​Uitgangspunten Handelingsgericht Werken 

  1. De onderwijsbehoeften van de leerling staan centraal
     

    • Wat heeft de leerling nodig om zich optimaal te ontwikkelen?
      → In de theorie komt duidelijk naar voren dat de executieve functies bij onze jonge kinderen zich volop aan het ontwikkelen zijn. Wanneer we leerlingen daadwerkelijk ondersteunen om deze functies te verbeteren en verder te ontwikkelen kan dit hen ook helpen om andere leerstof makkelijker te verwerven. ​

  2. ​Het handelen van de leerkracht is cruciaal

    • De focus ligt niet alleen op de leerling, maar ook op wat de leerkracht of begeleider kan doen om de leerling beter te ondersteunen.
      → Juist dit is waar wij gans ons schoolteam in mee willen nemen met onze uitgewerkte materialen rond de executieve functies. Onze collega’s leren wat de executieve functies zijn, hoe ze hiermee concreet aan de slag kunnen, maar ook welke zaken kunnen helpen in hun algemene, dagelijkse onderwijspraktijk.
       

  3. Positieve aspecten van de leerling, de leerkracht en de omgeving worden benut
     

    • Er wordt gekeken naar wat wél goed gaat en hoe dit verder kan worden ingezet.
      → Hiervoor zullen onze observatiefiches zeker en vast goed van pas komen! Doordat de leerkrachten een goed beeld krijgen van de beginsituatie per executieve functie kunnen ze heel gericht de essentie voor hun leerlingen en klas uit de lessen gaan halen en hun focus leggen op datgene wat bijvoorbeeld al goed gaat om van daaruit te vertrekken en de leerlingen succeservaringen op te laten doen alvorens zich tot de moeilijkheden te richten. Ook hebben de leerkrachten de kans om hun eigen accenten te leggen. Zo kunnen ze bijvoorbeeld steeds zelf kiezen uit de variaties die aangeboden worden in de lessen als ook uit de bundel minigames aan het einde van de les. Op deze manier kunnen ze ook zorgen dat ze activiteiten uitkiezen die passen bij hun eigen sterktes.
       

  4. Samenwerking met ouders en leerlingen is essentieel
     

    • Ouders en leerlingen worden actief betrokken bij het onderwijs en de begeleiding.
      → In onze handleiding/flipbook wordt er kort verwezen naar ouders en hoe leerkrachten kunnen zorgen voor een samenwerking. Aangezien we einde schooljaar zijn, zien we hier zelf niet de grootste dingen op dit moment. Stel dat er vraag is naar de verdere uitwerking van de andere executieve functies en collega’s enthousiast zijn en blijven om aan de slag te gaan met de handleiding willen we ook dit stuk verruimen zodat we stelselmatig zorgen voor het betrekken van de ouders. Wel moeten we ons er steeds van bewust blijven dat niet alle leerlingen ouders hebben die zich beschikbaar kunnen maken, ook als het gaat om het helpen bij huiswerk en/of taken. Ook hebben niet alle leerlingen ouders om bij thuis te komen. Dit kan voor sommige leerlingen ook heel gevoelig liggen en hier willen we dan ook met de nodige zorg mee omspringen.
       

  5. Systematisch en transparant werken
     

    • Werken volgens een duidelijke, gestructureerde cyclus van plannen, uitvoeren en evalueren.
      → Onze lessen volgen steeds dezelfde cyclus. Deze cyclus wordt aangeduid met steeds dezelfde terugkerende icoontjes. Op deze manier is het zowel duidelijk voor de leerkracht als de leerlingen welke fasen ze op dat moment behandelen. Zo is er steevast aan het einde van elke les ook een reflectiemoment. Zo kunnen leerkrachten en leerlingen terugblikken op het lesverloop en bespreken wat er goed ging, maar ook wat beter ging en hoe ze dit volgende keer kunnen aanpakken. Zo stappen ze al met een hernieuwde aanpak de volgende les in. Tijdens het uitvoeren van de lessen kan de leerkracht er steeds weer de observatiefiches bij nemen. Hier kan hij aangeven of de gestelde doelen per leerling al dan niet behaald worden. Dit wordt dus permanent geëvalueerd.
       

  6. ​Doelgericht werken

 

  • Concrete doelen worden gesteld en de effectiviteit van het handelen wordt regelmatig geëvalueerd.
    → In onze leerlijn kunnen zowel klasg- als niet-klas gebonden collega’s de doelen terugvinden per executieve functie. Ook staat er per les beschreven wat de leerlingen zullen leren. Dit werd geformuleerd in een zo kort en concreet mogelijk doel. Dit doel staat ook steeds op de leerlingenfiches vermeld. Zo weten zowel de leerkrachten als de leerlingen steeds heel goed waar ze aan het werken zijn.​

 

   7. De omgeving is van invloed op het leren en gedrag van de leerling

  • Er wordt rekening gehouden met contextfactoren zoals klasgenoten, thuissituatie en schoolklimaat.
    → Om ervoor te zorgen dat de context op school zo optimaal mogelijk is hebben wij in onze handleiding enkele posters voorzien die in elke klas opgehangen moeten worden. Deze posters laten zien hoe een ordelijke werkplek eruit moet zien, een emotiethermometer, een aandachtssignaal en een spreekhulp. Op deze manier is er een vaste manier waarop iedereen bepaalde zaken doet of legt. Ook staan er in de flipbook tips en tricks om een fijn klasklimaat te creëren waarin het voor de leerlingen makkelijker zou moeten zijn om hun aandacht erbij te kunnen houden. Leerkrachten kunnen tijdens de verschillende lessen vaak kiezen hoe groot ze hun groepjes maken. Zo kunnen zij zelf inschatten wat het beste is voor hun klas. Wel bieden we meestal een richtgetal aan, maar dit is dus geen vaststaand iets.

Cyclus Handelingsplanmatig Werken

Beginsituatie bepalen 

Om een goed beeld te krijgen van waarin onze school staat wanneer we het thema ‘executieve functies’ bekijken, hebben wij verschillende zaken ondernomen om deze beginsituatie duidelijk te krijgen. We zijn begonnen met het bekendmaken van ons praktijkonderzoek tijdens het varia-moment van tijdens de pedagogische studiedag op 12 november 2024. We brachten onze collega’s op de hoogte van het feit dat wij dit schooljaar voor onze opleiding Banaba BuO een praktijkonderzoek zullen uitvoeren en dat dit in het teken staat van executieve functies. 

 

Na het bekendmaken van het thema van ons praktijkonderzoek zijn wij overgegaan naar het opstellen van een enquête voor onze collega’s over EF’s. Via deze weg wilden wij zo scherp als mogelijk de beginsituatie omtrent EF’s in kaart brengen. Als snel werd, bij het bekijken van de antwoorden op de enquête, duidelijk waar de grootste noden van onze school, onze collega’s en toch ook wel van onze leerlingen lagen. Zo konden wij naar de volgende stap in het handelingsplanmatig werken, de doelen selectie. 

Doelen selecteren

Vanuit onze beginsituatie zijn we gaan kijken naar de grootste noden die er bij ons op school zijn. We bekeken dit in eerste instantie ruim en hebben vanuit daar meer ingezoomd op de noden van onze collega’s en daarbij aansluitend ook de noden van onze leerlingen. Hieronder hebben we de noden onderverdeeld in schoolniveau, collega niveau, leerlingniveau. 

 

Noden schoolniveau: 

  • Universeel ontwerp om met executieve functies aan de slag te gaan - overal in de lokalen hetzelfde = herkenbaar voor alle leerlingen, collega’s … 

 

Noden collega’s: 

  • Duidelijk zicht op wat executieve functies inhouden - duidelijke definitie en dit ook geregeld opnieuw ‘in the picture’ zetten. 

  • Opbouw van executieve functies = observatiefiches om te weten waar collega’s de afgelopen periode aan hebben gewerkt (eventueel ook opnemen in LVS maar nog niet voor direct omdat men binnen onze school nog hard aan het werken is rond handelingsplanning, LVS …) 

 

Noden leerlingen: 

  • Ondersteuning krijgen bij het verder ontwikkelen van hun executieve functies 

  • Executieve functies waarbij onze leerlingen de grootste ondersteuning nodig hebben dit schooljaar: 

    • Werkgeheugen 

    • Flexibiliteit 

    • Emotieregulatie 

 

Nadat we deze noden helder hebben gekregen, hebben we voor onszelf de volgende doelen genoteerd om deze centraal te zetten binnen ons praktijkonderzoek. 

 

Doelen praktijkonderzoek ‘Executieve Functies’: 

 

  • We ontwikkelen een gebruiksvriendelijke handleiding waarmee onze collega’s (eventueel over de vestigingen heen) aan de slag kunnen. 

    • Deze handleiding bestaat uit materialen die als geheugensteuntjes kunnen dienen binnen de klassen en die ook in alle lokalen opgehangen worden zodat dit voor de leerlingen ook zeer herkenbaar is. 

  • We bespreken samen met directie of het eventueel mogelijk is om binnen de volgende schooljaren verschillende momenten te voorzien waarin we onze collega’s nog eens kunnen meenemen in het EF-verhaal. 

  • We bekijken en bespreken met directie en orthopedagogen of het mogelijk is om executieve functies een vast onderdeel te maken binnen het leerlingvolgsysteem. 

  • De materialen die we ontwikkelen zijn: 

    • kant-en-klaar

    • in klare taal geschreven en ontworpen

    • aan te sluiten bij de leefwereld van onze leerlingen 

Voorbereidingsfase

Na het scherpstellen van de doelen die we graag willen bereiken met ons praktijkonderzoek, zijn we gestart met het uitwerken van onze handleiding ‘Het Piratenplan’. 

 

Hiervoor zijn we aan de slag gegaan met ‘Canva’. Voor ons een zeer werkbaar programma en waarin we ook onze fantasie rond ‘Het Piratenplan’ de vrije loop konden laten. Vooraleer we met de effectieve uitwerking van de handleiding konden starten, bekeken we eerst de methode ‘Breinhelden’ die al eerder aangehaald werd. Zo konden we de opbouw en de verschillende activiteiten van Breinhelden bekijken om voor ons een soort van start te kunnen maken voor onze eigen handleiding. 

 

Naast de handleiding waarin collega’s verschillende lessen, activiteiten, posters, mini-games … kunnen vinden, maakten we ook een flipbook. In dit flipbook kun je tips en tricks terugvinden die je op weg kunnen helpen om met executieve functies aan de slag te gaan. Dit hebben we zowel gemaakt voor klas- als niet- klasgebonden leerkrachten. Zo hebben we geprobeerd om alle collega’s (klasleerkrachten, paramedici…) te betrekken bij het proces. Als derde onderdeel van onze hoofdmaterialen ontwikkelden wij nog observatiefiches. Deze observatiefiches kunnen door alle collega’s gebruikt worden en zijn ontwikkeld om zo in kaart te kunnen brengen waar onze leerlingen nog extra ondersteuning nodig hebben op vlak van executieve functies. 

 

Deze uitgewerkte materialen zijn terug te vinden onder de pagina ‘Materialen’.

Uitvoeringsfase

Na het uitwerken van onze materialen in de voorbereidingsfase zijn wij aan de slag gegaan met het voorstellen van onze materialen. Het voorstellen van onze materialen hebben wij gedaan tijdens de teamvergadering van 18 februari 2025. We zijn toen begonnen met eerst een korte theorie te geven en daarna over te gaan naar het voorstellen van onze materialen. Dit hebben we gedaan door onze collega’s ook effectief aan de slag te laten gaan in kleinere groepen. Binnen deze groepen werd er steeds één observator aangeduid die de ‘leerlingen’ ging observeren. De rest ‘speelden’ als het ware de leerlingen die de activiteiten moesten uitvoeren. 

 

Daarna kregen de collega’s de kans om alle materialen al eens door te nemen. Daarna was er nog tijd voorzien om korte feedback te geven op de activiteiten waarmee ze kennismaakten tijdens de ‘uitprobeer tijd’ in kleinere groepen. Als laatste gaven we de collega’s nog een QR-code mee die ze konden scannen om feedback te geven zodat ze dit op een zelfgekozen moment konden invullen. 

 

We namen de feedback door en paste de nodige zaken aan. Na enkele weken maakten we de collega’s warm om met onze materialen aan de slag te gaan. We richtten een kast in de leraarskamer in als centraal punt voor onze materialen zodat de collega’s deze daar konden vinden. Ook voorzagen we een rooster waarop collega’s hun klassen konden noteren zodat ze meteen wisten wanneer welk materiaal nog ter beschikking was.

Evaluatiefase

Doorheen de uitvoeringsfase zijn er verschillende collega’s naar ons toe gekomen om mondelinge feedback te geven op de materialen die zij gebruikten tijdens hun lessen. Deze feedback noteerden wij en gingen hier dan ook direct mee aan de slag. 

 

Naar het einde toe van ons praktijkonderzoek zouden wij graag nogmaals een enquête uit sturen naar onze collega’s om zo hun gevoel, beeld… te krijgen van hoe zij onze handleiding hebben ondervonden. Vanuit deze feedback bouwen we weer verder om van ons ‘Piratenplan’ een echt pronkstuk te maken!  

Cyclus Handelingsplanmatig werken - afbeelding.jpg

Leerlijnen

Beginsituatie
Onderzoeksvraag
Theorie
Koppeling HGW
Leerlijnen
Planning
logo vives.png
Copyright Vives.jpg

© 2025 door Selina Gosens en Roos Van Lommel. Met trots gemaakt met Wix.com

bottom of page